Case – Esmeralda Farms trekt zich terug uit Ethiopië

Door John van der Puil

Over andere ethiek, andere cultuur – stammenstrijd en ongeschreven recht (1)

Over het spanningsveld tussen vestigingen in andere culturen en het moeizaam omgaan met andere ethiek, andere cultuur en ongeschreven recht. Hadden we dit bij de investeringsbeslissingen moeten voorzien? Wat had inkoop hieraan kunnen voorkomen? Over lastige risico’s, die uitgroeien tot problemen waarvoor we als inkopers niet altijd oplossingen hebben.

Case – Esmeralda Farms trekt zich terug uit Ethiopië

Op 7 september besluit de Aalsmeerse, bloemenkwekerij Esmeralda Farms de vestiging Ethiopië definitief te sluiten nadat deze vrijwel geheel door een etnische groepering is verwoest. De dieperliggende oorzaak van dit agressieve geweld ligt in de algemene opvatting van vele groeperingen en stammen in Ethiopië dat de regerende groep – een kleinere groep die de president en de belangrijkste functionarissen levert, zich schuldig maakt aan ‘landjepik”. De regerende groep zou de grond waarop Esmeralda haar kwekerij had gebouwd op onrechtmatige wijze aan Esmeralda ter beschikking hebben gesteld .

Figuur 2.         De uitgebrande hal voor de logistiek. Foto Ethiosun.com.

Risico’s buiten de inkoop
Bloemkwekerijen vereisen vakmanschap. Kweken van bloemen is als batch productie van een chemisch of farmaceutisch bedrijf. Inkoop is betrokken bij de opdrachten aan aannemers de faciliteiten te bouwen. Inkoop moet transport en logistiek aanbesteden. In Nederland kan een onderneming een vergunning aanvragen die keurig voldoet aan de veelheid van Europese regels en de soms bizarre eisen van regelgeving. De overheid behandelt zijn ondernemers redelijk. Als dat niet zo is kun je naar een onafhankelijke rechter.

In oostelijke en zuidelijke landen gaat dat absoluut niet zo. Je moet eerst jaren besteden om ‘vrienden’ te worden met de hooggeplaatste personen die over je tender en latere bedrijfsvoering zullen beslissen. Zo niet dan geen effect.

In landen, zoals in Azië en Zuid-Amerika heersen andere culturen. De Nederlanders brengen technische en andere know-how. Plaatselijke arbeid helpt bij de bouw. We leren de plaatselijke bevolking hoe een farm te runnen. Echter, we moeten in die landen ook kijken hoeveel autoriteit de zittende macht heeft. Zijn er buiten het officiële parlement elders opstandige groepen? Hoe gaan die om met een Nederlandse vestiging? Zijn die op hun traditionele wijze voldoende gecompenseerd voor de onteigening?

Inkopers hebben van deze problemen tijdens de opleiding weinig meegekregen. Pas als we werkzaam zijn in bedrijfsleven of op een ministerie leren we die kennen. Nederland heeft veel instituten die zich met dergelijke zaken bezig houden. Banken hebben landeninformatie. De EVD ( Economische VoorlichtingsDienst) helpt je op weg naar een instantie die je kan bijstaan. Nederlandse diplomaten weten veel meer van dergelijke onder de oppervlakte broeiende spanningen dan publiekelijk bekend. Ambassades zijn bereid je plaatselijk te ondersteunen. 

Hoe lossen we dat op?
Het probleem is niet echt bedrijfskundig van aard. Risicomanagement modellen dekken de problematiek van dergelijke  risico’s niet. ISO 31000 noemt wel “rekening houden met cultuurverschillen”, maar kan daar niet dieper op in gaan dan het benoemen in een enkele zin.

Figuur 3.               Uitgebrande vrachtauto. Foto Floraldayly.com.
Figuur 4.                Zo leuk was het. Zo leuk zal het niet  meer zijn. Foto AFK Indsdier.com.

Deze risico’s vallen deze onder de witte vlekken van het 4-kwadrantenmodel. Inkopers zijn zich er wel van bewust maar zij zijn er niet goed mee bekend. Het inventariseren en incalculeren ervan valt buiten redelijke grenzen van kennis, tijd en middelen. Je moet echter als wel attent zijn. Daarom is het van belang ze te benoemen en daarmee de verantwoordelijkheid van inkoper en contract manager af te grenzen. Een open opstelling, samenwerken, goed samen spreken en overdragen aan andere disciplines zijn dan van belang. Het blijft lastig. Esmeralda kan er van meepraten.